Jenaplan, wat is dat?

Al heel lang geleden woonde er in Duitsland een jongetje dat Peter heette. Zijn achternaam was Petersen. Toen kleine Peter groot werd, ging hij opvoedkunde studeren. Hij werd zelfs professor. En dus dacht hij na over onderwijs. Hij kreeg ook een opdracht van de universiteit in Jena.
In die stad kreeg hij een "laboratorium" om zijn ideen uit te proberen. Niet met flessen en buisjes natuurlijk, maar met lokalen en kinderen. Dat was een proefschool, waar hij zijn plannen testte.

Een klas moet op een kleine samenleving lijken, net als in de echte wereld, vond Peter. Ze moet ook een beetje op thuis lijken. En dus zitten er kinderen van verschillende leeftijd bij elkaar in n stamgroep. Hij vond ook, dat je altijd moet proberen om het lokaal een beetje op een woonkamer te laten lijken: een schoolwoonkamer.

In de onderbouw zitten de allerkleinste kinderen die net vier jaar zijn geworden samen met kinderen van groep 1 en 2.
In de middenbouw zitten kinderen van groep 3, 4 en 5 en in de bovenbouw zitten kinderen van groep 6, 7 en 8.
Eerst hoor je een jaar bij de jongsten, dan een jaar bij de middelsten en tenslotte een jaar bij de oudsten. Daar leer je heel veel van.

In de stamgroep wordt veel gepraat, gespeeld en gevierd. Maar natuurlijk wordt er ook heel hard gewerkt, bijvoorbeeld aan rekenen en taal. Zo leren we samen een heleboel.
Rapportcijfers kom je op een jenaplanschool niet tegen. Daar krijg je alleen maar wedstrijdjes van. De kinderen leren hoe ze het beste zlf steeds knapper kunnen worden. En dan moet je natuurlijk vooral naar jezelf kijken en niet naar wat anderen al kunnen en kennen.

Wil je eens zien hoe de allereerste jenaplanschool er uitzag? Klik dan hier met je muis.